Instant Search

A Stylish Magazine for Men

De doodsangst voorbij

Hij scheert in zijn wingsuit met zo’n 200 km/u door de Alpen, vlak langs een bergwand. Erg dapper? Ongetwijfeld. Maar denk niet dat base-jumpers of andere beoefenaars van extreme sports als highlinen of free climbing geen angst kennen. Juist wel!

En dat is waar antropologe Roanne van Voorst in geïnteresseerd was. Wat voor angst kennen zij en -handig voor ons- welke methoden gebruiken ze om tóch hun doel te bereiken? Van Voorst schreef het boek Alles onder Controle en wij spraken met haar.

High-risk sporters zijn toch gewoon mensen zonder angst?

“Dat dacht ik ook. En in de wetenschap is ook lang gedacht dat ze angstloos zouden zijn, doordat ze van nature minder dopamine in hun lichaam hebben. Of ze overschatten simpelweg hun eigen capaciteiten. Recenter onderzoek wees echter uit dat het geen roekeloze adrenalinejunkies zijn, maar eerder bedachtzame, perfectionistische en realistische types.”

Een hele switch ten opzichte van je eerste boek, over je leven in de sloppenwijken van Jakarta.

“Nogal. De fascinatie ontstond toen ik zelf een paar jaar geleden begon met klimmen. Ik had -en heb nog steeds wel- enorme hoogtevrees. Ik was fysiek misselijk wanneer ik boven was. Toch wilde ik het blijven doen omdat het een mooie sport is. Het buiten klimmen, puzzelen en een weg naar boven vinden is prachtig. Maar ik moest iets vinden tegen die angst om het vol te houden. Dat ben ik gaan onderzoeken. Wanneer was ik bang, wanneer minder en wat hielp me om de angst te controleren. Toen merkte ik dat veel andere mensen ook last van angsten hadden en vroeg ik mij af hoe enorme waaghalzen, zoals mensen die klimmen zonder touw of base-jumpers, hiermee omgaan.”

Is er een soort van overkoepelende angst die alle 15 geïnterviewde sporters hadden?

“De angst voor de dood. Ze realiseren zich allemaal dat dit een realistische uitkomst kan zijn van wat ze doen. Maar sommigen hadden last van onverwachte angsten, zoals Alain Robert. De Spiderman die gebouwen van 600 meter en hoger beklimt, heeft enorme hoogtevrees. Zijn methode om toch met die angst te klimmen was simpel: elke dag blijven klimmen, eerst een klein stukje oefenen en dan kiezen op elkaar. Na de eerste paar meters slaat die angst toe, maar dan weet hij dat hij wel door móet. Loslaten betekent namelijk doodvallen. Hij zit niet vast aan een touw, dus hij manoeuvreert zich in een positie waarin hij geen keus meer heeft. Het wordt voor hem elke keer overleven.”

Maar uiteindelijk doen ze het weer, ondanks die angst. Op zoek naar die adrenalinestoot?

“Ik geloof niet dat het om die thrill gaat. Bij bergbeklimmers is het veel meer de liefde voor de plekken waar ze komen, het overwinnen van jezelf en de natuurelementen. Bij base-jumpers komt natuurlijk meer endorfine vrij, maar waaraan ze verslaafd zijn is niet zozeer die adrenaline, maar meer de trots op zichzelf dat ze op dat moment in staat zijn om perfect te handelen óndanks de angst.”

Je leert jezelf kennen.

“Als ze daar staan is er altijd iets van ‘fuck, ik kan nu doodgaan’. Dan passen ze hun favoriete methode toe om die angst te beteugelen, maken geen fouten, landen veilig en dat doet elke keer weer hun zelfvertrouwen groeien. Ze gaan dus heel diep in zichzelf. ‘Hoe reageer ik op angst, hoe kan ik mijzelf kalmeren’. Dat zoeken ze steeds op.”

Wat voor technieken gebruiken zij?

“In mijn boek leg ik de door hun beproefde methodes uit, maar ik vertaal ook wat je daaraan hebt in het dagelijks leven. Als je geen zin hebt om een berg of gebouw op te gaan, zeg maar. Een grappige strategie vond ik die van Dan Goodwin, die wolkenkrabbers beklimt zonder touw. Hij beklimt illegaal gebouwen en kan daarvoor niet echt oefenen, dus doet hij aan visualisatie. Simpel op een bankje voor het gebouw en drie dagen lang visualiseren. ‘Hoe voel ik mij als ik mijn hand op die richel leg, hoe voel ik mij als ik wind vang als ik die etage voorbij ben, wat kan er misgaan en wat doe ik daar aan.’ Hij weet daarna wat hij moet verwachten en hij voelt zich zeker. Dit komt uit de sportpsychologie. Je hersenen kunnen namelijk geen onderscheid maken tussen iets heel sterk inbeelden of iets echt doen. Je lichaam kent het gevoel, dus ben je de volgende keer getrainder en zelfverzekerder. Zo’n methode kun je bijvoorbeeld ook heel goed gebruiken als je een grote groep moet toespreken, of als je voor de eerste keer een exotische reis gaat maken en dat spannend vindt.”

Aan welke methode heb je zelf iets gehad?

“Ik ben nu bezig met een techniek van een Britse klimster om je ‘angstspier’ te trainen. Die kun je sterker maken of laten verzwakken. Je moet daarom oefenen door jezelf in oncomfortabele situaties te brengen. Niet zo eng dat je blokkeert, maar net genoeg om te kunnen oefenen met het beheersbaar maken van je angst. Op een klimmuur laat je je bijvoorbeeld een meter vallen in dat touw. Ik vind dat eng, maar doe dat vijf keer achter elkaar. Als ik daaraan gewend ben, ga ik iets hoger… Die oefening maakt mijn hoogtevrees echt minder erg! En dat vat iedereen in mijn boek samen. Niemand van de vijftien mensen die ik heb gesproken is angstloos geboren, ze trainen zichzelf in het omgaan met angst. En andere mensen kunnen zichzelf dus ook heel snel leren kalmeren. Niet dat je dankzij mijn boek angstloos zult worden, maar je kunt wel vertrouwen in jezelf krijgen. Vertrouwen dat je krachtig genoeg bent om ondanks die angst goed te blijven functioneren.”

Tekst: Jorrit Niels Fotografie: Noah Bahnson

Alles_onder_controle_-_Roanne_van_Voorst

 

 

 

Alles onder Controle. Hoe high-risk sporters angst overwinnen

Uitgeverij Brandt, €17,50