Instant Search

A Stylish Magazine for Men

Gent’s Car: Tucker 48

Een revolutionaire sedan met de bagageruimte voorin, de motor achterin en het uiterlijk van een torpedo uit de toekomst. De Tucker 48 was allesbehalve een doorsnee auto. Helaas was het merk geen lang leven beschoren. En is de Tucker 48 tegenwoordig zeldzamer dan menig exoot.

Met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen, maakten de drie grote automerken uit Detroit – General Motors, Chrysler en Ford – weinig haast met het op de markt zetten van nieuwe modellen. Dat bood kansen voor dappere kleine merken. Studebaker was het eerste automerk dat na de oorlog een geheel nieuw model in het leven riep, maar zeker niet de enige. Een van de andere pioniers die in het gat na WOII durfde te springen, was Preston Tucker. Met een revolutionaire familiewagen.

Helikoptermotor

Als het aan Preston Tucker ligt, dan is die revolutionaire familiewagen, de Torpedo genaamd, slechts het begin van wat ooit een groots automerk gaat worden. Daarom huurt hij, als het merk eenmaal een feit is en Tucker de juiste kopstukken heeft verzameld om hem te helpen, de op dat moment grootste fabriek ter wereld. Even buiten Chicago ligt de Dodge Chicago Aircraft Engine Plant, waar tijdens WOII de zware motoren voor B-29 Superfortress bommenwerpers werden gebouwd. Twee vierkante kilometer moet genoeg zijn om een compleet modellengamma te kunnen bouwen, toch? Het was in ieder geval genoeg voor de 60.000 auto’s die Tucker jaarlijks wilde gaan produceren.

Wat was er dan zo revolutionair aan de Tucker Torpedo? Ja, er is natuurlijk die spectaculaire styling – geheel in space age traditie – maar het wordt pas echt spannend als we het hebben over de binnenkant. Preston Tucker mikte namelijk op veiligheid. Daarom was de Torpedo standaard uitgerust met autogordels, een ware noviteit in die dagen. Ook had ‘ie drie koplampen, waarvan de middelste meestuurde met de voorwielen zodat de bestuurder perfect overzicht had in de bochten.

Daarnaast was het interieur zo ontworpen dat je als bestuurder weinig afleiding had. Alle knoppen en hendels die je nodig had, zaten vlakbij de stuurkolom, zodat je het stuur nooit lang los hoefde te laten. Als passagier had je zeeën van ruimte, vooral omdat het dashboard ophield bij de middenconsole. Dat zorgde ervoor dat je, mocht er een botsing plaatsvinden, een soort veilige zone had. Als klap op de vuurpijl waren de twee afzonderlijke voorruitjes gemaakt uit veiligheidsglas dat niet zou versplinteren en in het dak zat een rollbar verstopt. Al land je op z’n dak, je kuif blijft intact.

Daarbij koos Preston Tucker ervoor om de motor niet voorin, maar achterin de auto te leggen. Als krachtbron ging Tucker voor een zescilinder boxermotor, vergelijkbaar met de blokken uit de latere Chevrolet Corvair en Porsche 911. Die luchtgekoelde boxermotor kwam overigens niet uit de automobielindustrie, maar was rechtstreeks afkomstig uit een helikopter en was zó krachtig dat de aandrijfassen de hoeveelheid trekkracht niet aan bleken te kunnen. Ze braken als luciferhoutjes.

Zes uitlaten

Een grote fabriek, een baanbrekende auto en een visionair leider aan het front. Een recept voor een succesverhaal. Toch stortte Tucker als een kaartenhuis in elkaar. De productie van de zes uitlaten tellende Torpedo – uiteindelijk omgedoopt tot ‘48’ vanwege de negatieve connotatie met de oorlog – liep hevige vertraging op. Preston Tucker werd door beurstoezichthouder SEC beschuldigd van fraude (en later volledig vrijgesproken) en daarbij hielp de aanhoudende negatieve berichtgeving in de media ook niet mee. Uiteindelijk ging Tucker in 1948 ten onder, met slechts 51 geproduceerde Tucker 48’s in stal.

Het mooie: van die 51 Tuckers overleefden er 47 de tand des tijds. Anno nu zijn ze allemaal ondergebracht in verzamelingen. Waaronder in die van filmmaker Francis Ford Coppola, die zelfs een film maakte over het wel en wee van Tucker. Het zilvergrijze exemplaar op deze pagina’s was de persoonlijke 48 van de familie Tucker, die de auto zeven jaar gebruikte. Preston Tucker deed er zelfs testritten mee op de Indianapolis Motor Speedway. Niet vreemd dus, dat aan deze jongen een prijskaartje van zo’n 1,5 miljoen dollar hangt.

Tekst: Jeroen Jansen Beeld: Darin Schnabel, Courtesy of RM Sotheby’s