Instant Search

A Stylish Magazine for Men

Prachtig Printwerk

Op een grachtje aan de rand van het oude Delft bevindt zich het atelier van een bijzonder horloge-ontwerper. Michiel Holthinrichs maakt 3D geprinte horloges. Geen speelgoed, maar hoogwaardige klokjes. Want heus, 3D printen is de toekomst van de haute horlogerie…

“Dat is de Peugeot 404 coupé, ontworpen door Pininfarina. Die werd in Italië in elkaar gezet en roestte als de pest. Mijn vader heeft toen zo’n auto helemaal opnieuw opgebouwd uit RVS en de carrosserie verzinkt, een project van tien jaar. De motor modificeerde hij dan ook. Want die klassieke lijnen was het weliswaar om begonnen, de restauratie moest tegelijk wel een moderne, snelle auto opleveren.” Holthinrichs (Groningen, 1990) lacht: “Het werk van een freak eigenlijk.”

Een ingelijste foto van de sportcoupé hangt aan de wand van Holthinrichs atelier, annex winkel, annex werkplaats en, aan de achterkant van het pandje, woonhuis. “Mijn liefde voor auto’s is overigens pas later gekomen, want zo leuk vind je het niet als kind wanneer je klasgenootjes na schooltijd in een gewone, moderne auto worden opgehaald, en je eigen ouders komen aankakken in zo’n oud barrel dat nog helemaal gerestaureerd moet worden – hun eigen auto’s waren altijd het laatst aan de beurt.”

Zijn vader was bezeten van autotechniek, was altijd aan het sleutelen, zijn moeder werkte als kunstenares. Zelf zat Holthinrichs de hele tijd te tekenen. Heel priegelig, met veel detail – iets dat zijn moeder met lede ogen aanzag. “Ze wilde dat ik mijn creativiteit niet liet inperken door onbenullige zaken als perspectief en zo, maar dat kostte mij moeite; het moet bij mij op een of andere manier altijd kloppen.”

Hij ging bouwkunde studeren, architect worden net als zijn opa, wiens schetstekeningen de wanden van zijn ouderlijk huis sierden. Architectuur leek de ideale studie, want daarin kwamen liefde voor techniek en creativiteit samen; de twee zaken die hij van huis uit had meegekregen. ”Maar eenmaal afgestudeerd bleek het vak van architect vooral ook in te houden dat je tussen ontwerp en realisatie ontelbare concessies moest doen en eindeloos moest vergaderen. Het ging vaak alleen om geld, daar had ik geen zin in.”

Schoonheid op kleine schaal

Hij wist niet goed hoe het verder moest. En toen, op een dag, kocht hij een zakhorloge. Dat moest er komen, vond hij zelf. Hij droeg immers klassieke kleding, en een mooi zakhorloge mag dan niet ontbreken. Hij schroefde de Omega uit 1929 open, en was gelijk verkocht: “Dat uurwerk was zo mooi, met al die techniek, maar ook vanwege prachtige compositie van de plaatjes in het uurwerk, de bruggen en de kloven. Ik dacht: Dit is wat ik in de architectuur zoek, maar dan op een superkleine schaal. Het ging om schoonheid en smaak.”

“Kijk,” zegt hij, “dit is de kast zoals hij uit de printer komt, uit één stuk RVS, inclusief de belettering en alle details.” Het materiaal oogt grof, zit vol rafels. “Het moet nog gevijld en bewerkt worden,” verduidelijkt Holthinrichs, “dat is een bewerkelijk proces, puur handwerk, daar gaat heel veel tijd in zitten.”

Een paar jaar geleden werd 3-D printen hip binnen de architectuur. Zo kwam hij op het idee. Alleen: het 3D printen van horloges was nog niet eerder gedaan. Het bleek lastiger dan gedacht. De eerste prints vielen van ellende uit elkaar; prints gemaakt bij het Belgische Materialise, een grote naam op het gebied van 3D printen in de wereld. Het bedrijf zag wel iets in dat gekke idee van de jonge ontwerper en besloot hem financieel te ondersteunen, een promotiefilm werd gemaakt.

Het filmpje ademt hightech. In het commentaar gaat het over micropoeders en gekalibreerde lasers. Dit staat ver af van het beeld dat de meeste mensen van 3D printen hebben: van kleine machientjes die een sliert kleurig plastic uitpoepen, waarna een soort speelgoeddingetje resulteert waarvan niemand weet waarvoor het dient, toch?

“Daarom heb ik ook niet zo’n ding staan. Ik gebruik Selective Laser Melting, dat is de duurste methode. De printer waarmee dit onderdeel is geprint, kost een miljoen euro. Dus die heb ik hier niet staan.”

Het printen van zo’n horlogekast is ook voor Materialise een hele opgave, zegt Holthinrichs. Elke vorm heeft andere eigenschappen. De exacte parameters van de techniek zijn nog niet bekend. Het is een zoektocht. De techniek is daardoor ook heel duur. De kast van mijn horloges is tien keer duurder dan de kast van een Rolex Oyster, terwijl dat horloge bij 6000 euro begint.”

Holthinrichs loopt naar achteren om koffie te halen. Het is alsof de tijd hier honderd jaar heeft stilgestaan. Alle meubels stammen uit de Art Deco- en Art Nouveau-periode. Buizenstoeltjes van het Belgische merk Tubax, een prachtig dressoir van wortelnotenhout, een vitrinekast van hetzelfde materiaal, vol horloges uit de eerste helft van de twintigste eeuw – “dit zijn de horloges die ik mooi vind” – trench watches en chronografen van merken als Angelus, Hanhart, Leonidas en Movado. Aan de wand hangt een foto van een weelderige vormgegeven trap in het door Victor Horta gebouwde Hotel Solvay in Brussel: een icoon van de Art Nouveau.

De ultieme bespoke

Het bevreemdt enigszins, in het licht van Holthinrichs omarming van het 3D printen: iets dat niemand toch associeert met ambachtelijkheid, met dat soort exuberante vormen. Maar Holthinrichs ziet het anders: “Het interessante aan 3-D printen is dat je dat soort complexe kromme lijnen juist opnieuw kunt maken. Met conventionele productiewijzen gaat dat niet.” Hij laat de kast van een horloge zien, de sierlijk gebogen lijnen van de pootjes, de handtekening in reliëf: “Je kunt in het ontwerp allerlei persoonlijke details invoegen, tekst ook, en de kast wordt dan uit één stuk gemaakt. Bij een conventionele productiewijze zou dit uit veel verschillende delen moeten worden samengesteld, dat is extreem complex, het resultaat is lomper, en, niet onbelangrijk, het is onbetaalbaar.”

3D printen opent een nieuwe wereld op het gebied van vormgeving en personalisatie, zegt Holthinrichs: “De ultieme bespoke is mijn doel. Voor onafhankelijke horlogemakers is dat de toekomst: een horloge echt op maat. 3D printen brengt dat naderbij.”

Er komt een schetsboek op tafel, ontwerpen voor een nieuw horloge. Klassieke modellen, zo valt op. De uitbundige vormen van Art Nouveau ontbreken. “Ik wil me wel meer in die richting ontwikkelen. Ik ken de techniek nu, weet hoe het werkt, weet beter wat kan. Een uurwerk als twee plaatjes met wat tandwielen ertussen – dat concept kun je nu loslaten. Die nieuwe technologie maakt het mogelijk spectaculaire gebolde vlakken te maken, sculpturale vormen, met bol glas bijvoorbeeld, een horloge wordt dan echt een kunstwerk.”

 Het gaat allemaal om schoonheid?

“Schoonheid is een heel abstract begrip, daarom mochten we het op bouwkunde ook niet gebruiken. We mochten nooit zeggen of iets mooi was of niet, want dat kon je niet onderbouwen. Maar mensen worden gelukkig van mooie dingen, als ze zien dat er aandacht is besteed aan details, als iets met liefde is gemaakt. Die liefde, die aandacht moet zichtbaar zijn bij elk onderdeel, tot aan de verpakking toe.”

Hij toont het doosje van geolied notenhout waarin het horloge wordt geleverd. Het werd naar een ontwerp van hemzelf vervaardigd door een sigarenfabrikant uit het oosten van het land. “Je ziet de vingerlasjes, zie je hier? Dat vind ik zo mooi. En aan de binnenkant komt dit pochet, met daarop een schets van mijn moeder. Op bouwkunde heette ik Meneer Pochet, omdat ik nooit zonder pochet de deur uit ga. Daarom heb ik voor een pochet gekozen. De Italianen noemen dat Sprezzatura: laten zien dat je oog hebt voor detail. De randen zijn met de hand gestikt. Daardoor krijg je die bollingen op oneffen plekjes, kijk, zie je dat? De stof komt uit Italië, het is zijde. Dat wordt hier door een mevrouw met de hand gestikt. Het gaat om schoonheid, om kwaliteit, het gaat erom dat het iets bijzonders is; van dit horloge zijn er nog maar vijfentwintig verkocht, de kans dat je iemand tegenkomt die hetzelfde draagt, is heel klein.”

De winkelbel klinkt, een oudere man komt binnen. “Mijn horloge loopt mank,” zegt hij. Mank? “Ja,” hij lacht en wijst op Holthinrichs, “daar heeft hij een apparaat voor, en dan zie je dat het inderdaad mank loopt.” De man vertelt dat hij al tachtig jaar in Delft woont, er chirurg was – inderdaad, vandaar dat chirurgievocabulaire. Een horlogeverzamelaar is hij niet, maar gefascineerd door tijd, dat wel: “Het begrip tijd, wat is dat? Dat hebben studenten wel eens aan Einstein gevraagd. Zijn antwoord: heeft je moeder je niet geleerd om op de klok te kijken?” Het ‘manke’ horloge is er een van een Duits merk. “Nooit goed gelopen,” moppert hij. “Geen probleem,” zegt Holthinrichs, “onderdelen zijn te vinden.” “Dat is fijn,” reageert de man, “als ik het verkeerde been eraf had gehaald, ging dat niet.”

Krakkemikkige 205

“Ik service nu dit soort horloges,” zegt Holthinrichs zodra de man is vertrokken. Een officiële opleiding tot horlogemaker volgde hij niet. Hij leerde het zichzelf, uit een boekje van ene Donald de Carl, Practical Watch-Repairing: “Ik ben het gewoon gaan doen, alles uit elkaar halen, tekeningetjes maken. Inmiddels service ik ook horloges voor andere horlogemakers, als die het werk niet aan kunnen.”

Het liefst zou hij alleen met zijn eigen horloges bezig zijn, maar hij moet ook eten. Twee dagen per week werkt hij daarom bij een architectenbureau, ook om de huur van het pand aan de gracht te kunnen opbrengen. Voordat hij er zich eind 2017 vestigde, werkte hij vanuit zijn kamer op een studentenflat. “Ik had daar een werkbankje staan, deed daar alles, het ontwerpen, het afwerken. Maar dat ging niet meer. Het was vreemd om daar klanten te ontvangen, die moesten dan naar een studentenflatje toe om een horloge van bijna 4000 euro op te halen. Ik ging het dan ook liever langsbrengen. Als ik in Bazel de horlogebeurs bezocht parkeerde ik om dezelfde reden mijn krakkemikkige Peugeot 205 – die ik voor nog geen 500 euro kocht – ergens om de hoek, buiten het zicht.”

Een merk bouwen kost tijd en geld, wil hij maar zeggen. Hij is nog maar net begonnen – zijn merk werd eind 2016 gelanceerd -, en dat betekent ook dat er wel eens iets mis gaat. Met een Engels bedrijf op het gebied van 3D sloot hij in Bazel een gentlemen’s agreement, dacht hij zelf tenminste. Zij namen het op zich om twee achttien karaats gouden kasten te printen (kosten 2500 euro per stuk) en de productiekosten voor te financieren, want daarvoor ontbrak het Holthinrichs aan middelen. Holthinrichs zou de ruwe kasten vervolgens afwerken en er een compleet horloge van maken, waarna Holthinrichs én het bedrijf het eindproduct op beurzen zouden kunnen laten zien en inzetten voor marketingdoeleinden. Zodra een horloge werd verkocht, zou Holthinrichs de productiekosten voldoen. En toen besloot het bedrijf plotseling dat voorfinanciering uit den boze was. “Ik moest direct betalen, en tot het zover was, bleven die gouden kasten in Engeland. En het wrange was dat ze dat ruwe product zelf wel op beurzen toonden, terwijl het mijn idee was, mijn ontwerp. Op zo’n moment merk ik dat mijn zakelijke kant nog wel wat ontwikkeld moet worden. Maar inmiddels is het probleem opgelost en ben ik bezig met de afwerking. Het resultaat heb ik onlangs op een beurs in Geneve laten zien.”

Hij laat het achterhuis zien, het keukentje waar hij met een cafetière koffie bereidt. Tegen de wand die huis en winkel van elkaar scheidt, staat een rijtje klassieke herenschoenen, keurig naast elkaar in het gelid. Netjes gepoetst ook, zo te zien. Ik heb een zwak voor mooie kleren, zegt hij. Wat hij nu dan aan heeft? Dit jasje is van Canali Kei, de broek is handgemaakt door kleermaker Sartoria Campagna in Milaan, de schoenen van Septième Largeur kocht ik in Parijs. Hij lacht: als je zo’n horloge wilt verkopen terwijl je nog op je studentenkamer woont en in autootjes van 500 euro komt aanrijden, vormen mooie kleren wel een soort compensatie.” Maar goed, die studentflat is inmiddels dus verlaten. Zijn nieuwe onderkomen is stijlvol, representatief. Al is het nog niet ideaal, het is immers klein, woekeren met ruimte, dus op termijn moet hij weer op zoek naar iets anders, en dat is niet per se in Nederland. Brussel lonkt, de hoofdstad van de Art Nouveau: “Dat zou een droom zijn, maar het moet nog maar even wachten. En trouwens, ik kan Delft eigenlijk ook niet uit: op mijn horloges staat Made in Delft.”

Komen zijn horloges voorlopig dus nog wel uit het stadje van Vermeer, zijn klandizie bevindt zich inmiddels overal in de wereld: in Azië, Noord- en Zuid-Amerika, in tal van Europese landen. Het geeft hem armslag om zijn horloges verder te ontwikkelen. Zo sloot hij onlangs een samenwerkingsovereenkomst met een gerenommeerd uurwerkfabrikant om te experimenteren met 3D printen in het mechanische gedeelte. Een project van de lange adem, zegt hij: “De microprecisie die een uurwerk vereist is in 3D printen vooralsnog onhaalbaar, maar het voelt als een mijlpaal, en uiteindelijk is dat toch waar ik heen wil: dat je 3D technologie ook in het uurwerk zelf kunt toepassen, de vrijheid die de technologie biedt ook daar zou kunnen benutten. Dat zou prachtig zijn.”

 

Tekst: Hans van Wetering