Home / Column  / De Stad Uit

De Stad Uit

De kogel is door de kerk. Er verder omheen draaien heeft geen zin, de dingen zijn zoals ze zijn: ik ga Amsterdam verlaten.

Mijn vrouw en ik hebben er sinds de geboorte van onze dochter, een kleine drie jaar geleden, mee gespeeld, met die gedachte, maar nu is het zover.
Nou ja, nog even dan, nog anderhalve maand, maar dan is het voorbij, het stadse leven. De grote stad wordt verruild voor een beduidend kleiner exemplaar, zo’n anderhalf uur richting het noorden.

Gemakkelijk was het niet, het nemen van die beslissing. En zelfs nu, nu de papieren getekend zijn en het verhuisbedrijf geregeld, loop ik de hele dag rond met een knoop in mijn maag. Is het wel goed dat we dit doen? Gaan we de stad niet missen? Kunnen we wel aarden, daar in het noorden. Ik weet het niet, oprecht niet.

Wat ik wél weet, is dat Amsterdam geen optie meer is voor ons. Het appartement dat we huren is prachtig, ligt vlakbij de Jordaan, maar het is reuze gehorig en de huur is zo rampzalig hoog, dat het eigenlijk al een godswonder mag heten dat we dat geld drie jaar lang hebben kunnen ophoesten.

Naast die abjecte huurprijs is er de drukte van de stad die ons steeds meer is gaan tegenstaan. Amsterdam is populair, dat was het tien jaar geleden ook al, maar de hoeveelheid toeristen begint steeds meer tegen te staan. Op veel plekken is het een kakafonie van rolkoffers en brullende Britten, gehuld in nevelen van hasj en wiet. Bovendien is Amsterdam meer en meer een stad voor kinderen met rijke ouders, yuppen en expats geworden; mensen die het geen moer interesseert hoe duur hun huis is, omdat ze geld zat hebben of door hun ouders of bedrijf worden gesponsord. Voor ons, een klein gezin met een toch best prima inkomen, is de stad te duur geworden – tenzij we ergens in een flatje in de buitenwijken gaan zitten en met alle respect voor flatjes en buitenwijken; dat zien we niet zitten.

Dan is er nog het scholenprobleem in Amsterdam. Wij hebben meerdere docenten in onze vriendenkring en de verhalen die we van hen horen, zijn vrij vervelend. Kinderen die zo vreselijk gepest worden dat ze niet meer naar school durven, leerlingen die leraren bedreigen, kinderen die wapens meenemen, je noemt het, Amsterdam heeft het. Er zullen vast leuke scholen zijn, het zal ook echt niet overal problematisch zijn in Amsterdam, maar stiekem zaten we er wel mee. Stiekem dachten we: zou het niet fijner zijn als onze dochter een rustiger jeugd krijgt, in een kleiner stadje, met kleinere scholen, kleinere klassen, meer persoonlijke aandacht.

En dus, na lang wikken, wegen, peinzen, besloten we dat het moest gebeuren. De stad uit. De stad waar mijn vrouw en ik elkaar leerden kennen, de stad waar we in de jaren voor Sammie zoveel plezier hadden gehad, de stad waar we trouwden, waar onze dochter geboren werd, waar vrijwel al onze vrienden wonen, de stad, kortom, waar al onze herinneringen liggen.

Ons hart zal huilen, de dag dat de verhuiswagens voor komen rijden, dat weten we nu al. En we hopen maar dat onze dochter het ons later zal vergeven. Dat ze het ons niet kwalijk neemt dat we haar van de hoofdstad naar het platteland hebben gebracht. We hopen dat ze zich straks, over een jaar of tien, niet zal afvragen waarom we de stad verlieten, haar een jeugd in het bruisend hart van het land ontzegden. We hopen dat ze zal begrijpen dat we het ook voor haar deden. Dat ze zal genieten van de rust, de natuur, de ruimte. Zoals wij dat hopelijk ook gaan doen. Maar vooralsnog doet het naderende afscheid pijn. Vooralsnog huilt ons hart.

DELEN WORDT OP PRIJS GESTELD

Review overview
NO COMMENTS

Sorry, the comment form is closed at this time.