fbpx
Home / auto's  / GENTLEMEN’S CAR: THE ALPINE

GENTLEMEN’S CAR: THE ALPINE

00-Alpine-op-voorgrond-van-innovatie-Groupe-Renault-met-exclusieve-sportautos

Jean Rédélé had vast een boel verwachtingen, toen hij in de jaren ’50 zijn merk Alpine startte in het Noord-Franse plaatsje Dieppe. Maar dat zijn merk een kleine zeventig jaar later zou zijn uitgegroeid tot dé officiële Formule 1-renstal van Renault? Toch is het zo. En het is volledig in de geest van Rédélé: de beste en de snelste willen zijn.

Tekst Jeroen Jansen. Beeld Guido Bissianti en Dirk de Jager, Courtesy of RM Auctions

SPORTIEVE LIJNEN

Als je de aantrekkelijke sportieve lijnen van de tweedeurs Alpine A106 ziet, zou je niet verwachten dat er een Renault 4CV als basis werd gebruikt. Het is echter het een feit. Rédélé pakte het chassis van Renaults 4CV en vormde er met hulp van carrosseriebouwers Chappe et Gessalin en designer Giovanni Michelotti een aantrekkelijke glasvezel koets omheen. Het model werd Alpine A106 gedoopt en vormt tot op de dag van vandaag het DNA van Alpine: sportieve tweezitters met race pedigree.

Alpine groeit, komt met de A108 en begint steeds meer spotlights te pakken. Bij de A110 is het succes compleet. Het compacte karretje, gebaseerd op een Renault 8 en verworden tot een lage, brede en agressief gestylede asfaltvreter, bewijst zich begin seventies een serieuze renkandidaat tijdens de rally van Monte Carlo: op de eerste, tweede en vierde plek binnen het klassement prijkt een Alpine. Ford en Lancia konden de Fransoos niet aan. Nee, Alpine gaf zelfs het machtige Porsche het nakijken.

STIL IN DE FABRIEK

Zo divers als het Alpine-aanbod is geweest qua motorblokken – van 1.0-liter blokjes met zo’n 55 pk tot vette zescilinders met turbo’s – zo stijlvast blijft het merk qua koetswerk. Zelfs in de pompeus vormgegeven A310 uit de jaren ’80 en de A610 uit de jaren ‘90 is de Alpine-lijn terug te zien. Goed, die dingen vielen een tikkie hoekiger uit, en soit, ze groeiden een paar maatjes, maar zowel de A310 als de A610 heeft diezelfde lange neus en daklijn tot de achterbumper. Kijk maar goed, wel door je wimpers.

Ondanks de successen en de inmiddels iconische Alpine-modellen, wordt het na 1995 stil in Dieppe. Renault, tegen die tijd eigenaar van Alpine, besluit dat de productie van de Alpine-modellen niet loont. Renault besloot de kennis en kunde van de Alpine-fabriek daarom in te zetten voor de sportieve modellen van het eigen merk, onder het label Renault Sport of RS. Van Clio RS tot Mégane RS, allemaal delen ze het Alpine-DNA en worden ze gebouwd met één doel: uitblinken in sportiviteit.

1971-Alpine-Renault-A110-1600-S-_8

NIEUW LEVEN

Maar het blijft kriebelen, bij de monseigneurs Renault. Een sportieve, compacte en dagelijks bruikbare auto met een middenmotor, voor een leuk prijsje. Zijn die er nog? Niet in Frankrijk, dus blaast Renault de Alpine A110 nieuw leven in, vernoemd naar hét model uit de line-up van het Franse merk die de erfenis ervan het best belichaamt. Het resultaat is om van te snoepen. Lekker rap, want in vierenhalve tel op de honderd, een bescheiden viercilinder als basis en een koets die de perfecte brug slaat van toen naar nu.

Blijkbaar maakte die geslaagde wederopstanding van Alpine iets los bij de hoge piefen van Renault. Een honger naar groter succes in de racerij, bijvoorbeeld. Want vanaf 2021 gaat Alpine zich bekwamen in een voor haar nieuwe tak van autosport: de koningsklasse. Om het verfriste Alpine meer cachet te geven, is het F1-team van Renault officieel omgedoopt tot Alpine. Het ding heet A521, belooft bloedsnel te zijn. Maar of Alpine ook hier domineert, net als in de rally van Monte Carlo? Dat gaan we zien.

De nieuwe A110 is trouwens te bewonderen en aan te schaffen bij: Alpine Centre Hengelo. Check

DELEN WORDT OP PRIJS GESTELD